Interview met Alexe Poukine – over ‘Kika’

Alexe Poukine

Na het prijswinnende Sans frapper keert Alexe Poukine terug met Kika, een genre-ontwijkende film die sociaal realisme, zwarte komedie en existentiële tederheid vermengt. Tijdens BRIFF 2025 werd de film bekroond met de Grand Prix en de prijs voor Beste Actrice (Manon Clavel). In een openhartige gesprek vertelt Poukine over het ontstaan van het project, haar persoonlijke drijfveren, de politieke dimensie van zorg, en waarom ze met Kika radicaal koos voor beweging, ambiguïteit en menselijke zachtheid.

Alexe Poukine

“Het is een film die op een sociaal drama zou kunnen lijken, maar dat is het helemaal niet. Het begint als een romantische komedie en is eigenlijk een vrij grappige en lichtvoetige film. Het vertelt het verhaal van een vrouw die zich op een bepaald moment in een erg moeilijke financiële situatie bevindt, en om eruit te raken, kiest ze voor onorthodoxe paden.”

Over het ontstaan van het idee:

“Ik begon het verhaal van Kika te bedenken toen ik zwanger was van mijn tweede kind. Ik had – nogal irrationeel – angst dat de vader van dat kind zou sterven, en dat ik dan alleen zou achterblijven met twee kinderen. Ik was bang voor de onzekerheid die dat met zich mee zou brengen. Er is een moment geweest in mijn leven waarin ik alleen was met mijn dochter en ik dacht: ‘Om films te kunnen blijven maken en tegelijk eten op tafel te zetten, is de enige optie die me misschien rest: sekswerk doen.’

“Ik begon me dus echt af te vragen: hoe word je op mijn leeftijd sekswerker? Hoe werkt dat eigenlijk? Hoe stap je in dat beroep?”

“Gelukkig hoefde ik dat niet echt te doen, want ik kreeg financiering voor mijn documentaire Sans frapper. Maar het idee is me wel altijd bijgebleven. Een vraag die voordien ondenkbaar was, werd plots levensecht. En met Kika heb ik die piste helemaal verkend. Wat als ik geen regisseur was geweest, en mijn partner was overleden – wat had ik dan gedaan? Voor mij leeft Kika in een soort overlevingsmodus. Ze draait op overtoeren. Maar net daardoor houdt ze het ook vol. Ze is altijd aan het rennen, zodat ze niet valt.”

Over de filmstijl:

“Met Colin Lévêque, de cameraman, wisten we dat Kika altijd in beweging moest zijn. Ze is maatschappelijk werkster en we hebben haar sociaal centrum volledig nagebouwd zodat ze er constant kon rondlopen. De camera is vaak vanop de schouder, omdat zij voortdurend beweegt – we hadden eigenlijk geen andere keuze. Ik denk dat beweging haar goed doet. Mensen zeggen vaak: ‘Rouwen, dat is een proces.’ Oké, maar dan heb je dus tijd nodig om dat proces te doorlopen en Kika hééft geen tijd. Dus de film stelt ook de vraag: wat doen we met ons verdriet als we geen tijd hebben om het te voelen?”

Over thema’s:

“De kern van de film draait rond het lijden van anderen én dat van onszelf. Hoe verbind je die twee spanningen? Hoe zoek je troost – voor jezelf én voor anderen? Ik heb net een documentaire gemaakt over ziekenhuizen. En daarin speelde precies hetzelfde: die tegenstelling. Als maatschappelijk werker wordt Kika geacht voor mensen te zorgen, maar krijgt ze nooit de middelen om dat te doen.
Terwijl ze als sekswerker eigenlijk béter betaald wordt om voor mensen te zorgen, zonder tussenkomst van een instelling. Kika gaat over iemand die zorg biedt – als maatschappelijk werkster én als sekswerker. En wat mensen vooral nodig hebben, is iemand die luistert en hen aankijkt. Daar komen ze voor. Dat vond ik mooi.”

“Iemand zegt in de film: ‘Sekswerk is als maatschappelijk werk, maar dan met sperma erbij.’ Dat vond ik een grappige opmerking.”

Over genres:

“Ik snap eigenlijk niet waarom films altijd in een hokje moeten passen: sociaal drama, romantische komedie… In het echte leven beleven we dat allemaal door elkaar, soms binnen één uur. In de film zijn die genres dus ook vermengd.
Dat was een van de grote uitdagingen: een film maken met belangrijke sociale thema’s, maar die ook grappig is. Een moederverhaal, maar ook wel romantisch. Er zijn veel narratieve lijnen in de film. Jammer dat cinema vaak lijkt op ‘de snelweg van het lachen’ of ‘de snelweg van het huilen’. Ik wilde liever langs lieflijke landweggetjes gaan – het ene al cooler dan het ander. En ik ben blij met hoe dat is gelukt.”

Over de vorm:

“Er zijn veel ellipsen in de film. Het begint met een lange proloog, met veel sprongen in de tijd. Ik hou van ellipsen in cinema – het dwingt je als kijker om mee te denken: wat gebeurde er tussen twee scènes? Dat maakt toeschouwers slimmer en actiever.
De eerste ruwe montage was 3 uur en 50 minuten lang. De acteurs hebben alles gespeeld, ook wat is weggevallen. Dat voel je in hun lichaam, in hun spel – zij weten wat hun personage heeft meegemaakt, ook al zie je het niet. Dat vind ik heel interessant.”

Over representatie:

“Politiek is het gevaarlijk om personages – zoals proletariërs – voortdurend te reduceren tot hun sociaal-economische situatie. Alsof arme of onderdrukte mensen alleen maar bestaan uit problemen. Maar zij hebben óók passies. Ze worden verliefd, zijn ouders, stellen vragen, zijn intelligent, dagen het systeem uit.
Ik wilde personages die ook humor hebben, een eigen blik op wat hen overkomt. Daarom zitten er veel bijrollen in de film.”

Over mannelijke personages:

“De film zoomt vaak in op andere personages – mensen die naar haar kijken en iets over haar begrijpen wat zij zelf nog niet doorheeft. Ik vind veel van die personages prachtig – vooral ook de mannen: haar klanten, haar ex, haar geliefde. Het zijn tedere, warme mannen. Dat zijn de mannen die ik vandaag graag wil zien, wil ontmoeten.
Dat is ook politiek. In scenarioschrijven leer je: ‘Conflict is de motor van een verhaal.’ Maar ik geloof dat we meer naar tederheid op zoek moeten gaan. We hebben energie nodig. Hoop. Vertrouwen dat het beter kan. Cinema zit vaak vol cynisme, conflict, wanhoop. Maar dat verlamt. Ik wilde een film maken die je opnieuw zin geeft om van het leven te houden.”

Over hoofdrolspeelster Manon Clavel:

“Ik heb lang gezocht naar de juiste actrice – in Frankrijk, België en zelfs Quebec. Maar zodra ik Manon ontmoette, wist ik het. Het was alsof ik een zus vond. Ze moest een geweldige actrice zijn – ze is in elke scène te zien, in bijna elk shot.
Ze moest ook gevoel voor humor hebben, lief zijn, warm. Zodat we, wanneer haar parcours almaar ongewoner wordt, toch met haar blijven meeleven.
Manon is Kika. Ik kan Kika niet los zien van haar. Ze belichaamt haar met zoveel kracht. Ze is een ongelooflijke actrice en een prachtig mens. Ik twijfel er geen seconde aan dat ze een prachtige carrière tegemoet gaat.”

Tot slot:

“Ik wilde een levendige en stoutmoedige film maken. Grappig en licht. Die over vrijheid, veerkracht en levenslust gaat.”

 

Check Also

‘Heysel 85’ gaat in wereldpremière op het Internationaal Filmfestival van Berlijn

De fictiespeelfilm Heysel 85 van regisseur Teodora Ana Mihai is geselecteerd voor het Internationaal Filmfestival …