Een artikel in Het Laatste Nieuws, geschreven door Mark Coenegracht, stelde de Vlaamse filmsector en de werking van het VAF scherp in vraag, met kritiek op subsidies, publiekscijfers en de toenemende rol van internationale coproducties. Daarin deelden ook regisseur Jan Verheyen en producent Marc Punt hun mening. Regisseur en producent Gilles Coulier reageerde daarop met een opiniestuk dat we hieronder graag delen.
Opiniestuk — Gilles Coulier
Beste Mark,
Er bestaat een soort journalistiek die de waarheid niet zoekt, maar bestelt. Die de conclusie klaar heeft liggen voor de eerste vraag gesteld is, en daarna enkel de getuigen uitnodigt die het juiste antwoord geven. Zo’n stuk schreef jij deze ochtend in Het Laatste Nieuws. Het noemt zichzelf “onderzoek” en draagt zelfs het etiket “Deel 1”, alsof er een beerput werd opengetrokken. Wat er werd opengetrokken, is vooral een la met oude wrok.
Kijk naar je fundamenten. Een heel betoog, gebouwd op twee bronnen. Jan Verheyen en Marc Punt, twee mannen die op zichzelf al jaren geen steun meer krijgen van het VAF, en die er dus per definitie belang bij hebben dat systeem af te breken. Dat is geen onderzoek. Dat is rancune, netjes opgemaakt, met een rood logo erbovenop. Ik deed deze ochtend wat jij een onderzoek noemt: ik belde tien collega’s die er in deze sector werkelijk toe doen. Vooraanstaande producenten, regisseurs, scenaristen. Niet één van hen heeft jou aan de lijn gehad. Je schreef over de gezondheid van een hele sector, en sprak met niemand die haar draagt. Je weet zelf dat je een sector niet beoordeelt door enkel de twee luidste ontevredenen aan het woord te laten. Tenzij de conclusie al vaststond.
Laten we dan doen wat jij naliet. Laten we écht eens naar de details kijken.
‘Amper succes’. Je herleidt de waarde van alle films tot één getal: de bioscoopbezoeker. Alsof je een album zou afmeten aan zijn vinylverkoop, en doet alsof Spotify, radio en concertzalen niet bestaan. Wat met andere schermen? Een film heeft een erg lange levensloop en wordt naast de cinema op streamers, zenders, lokaal én internationaal bekeken. In 2025 keken meer dan elf miljoen Vlamingen naar Vlaamse films, op VRT, DPG en Play. Op Streamz was 83 procent van alle kijktijd Vlaams. Elf miljoen mensen, Mark. In jouw rekensom bestaan ze niet. Ze pasten niet in de stelling, dus werden ze weggegumd.
Dan de lege zalen, die je opvoert als een Vlaams brevet van onvermogen. Maar die leegte is niet van hier, ze is van overal. In heel Europa zakte het bioscoopbezoek in 2025 opnieuw met meer dan vijf procent, naar het laagste peil sinds 2022. In België daalde het totaal voor álle films samen, de Hollywoodkanonnen incluis, van 14,9 naar 13,1 miljoen. Twaalf procent minder. Dat is geen falen van een fonds. Dat is wat gebeurt wanneer iedereen een bioscoop in zijn woonkamer heeft geïnstalleerd. Je koos ervoor om deze feiten niet te vermelden.
En dan het grootste gat in je verhaal. Nooit eerder brak de Vlaamse film zo door als nu. Dust van Anke Blondé stond dit jaar in de officiële competitie van de Berlinale, kandidaat voor de Gouden Beer, de eerste Vlaamse film sinds Hugo Claus in 1981. Naast haar stonden ook Teodora Ana Mihai en Frederike Migom élk met een film op het prestigieuze festival. Drie films, drie vrouwen, nooit eerder gebeurd. Lukas Dhont stond vorige maand voor de derde maal op rij in Cannes: na Girl, waarmee hij de Caméra d’Or won, en Close, dat de Grand Prix won én een Oscarnominatie haalde, nu opnieuw in de officiële competitie met Coward. Zijn twee hoofdrolspelers droegen samen de prijs voor Beste Acteur naar huis, de film een minutenlange staande ovatie. Weet je hoe uitzonderlijk dat is, Mark? Dat is met Club Brugge in de finale van de Champions League staan. En dat, drie keer op rij.
En dan het dédain waarmee je over festivals spreekt, alsof een selectie in Cannes of Berlijn niet meer is dan ijdel fetisjisme, een glimmende trofee voor de eigen schouw. Het tegendeel is waar. Festivals zijn dé springplank. Het is daar dat een film internationaal verkocht wordt, dat rechten de grens over gaan, dat een buitenlandse distributeur tekent. Economische inkomsten dus. En het is de echo van dat festival, de prijzen, de berichtgeving, die de film vervolgens op de radar van de eigen Vlaming duwt en hem hier naar de zaal brengt of thuis doet bestellen. Dat had je geweten als je iemand had gebeld die ooit op zo’n festival stond.
Maar laat ons verder kijken dan festivals. In 2025 werden drie Vlaamse films tegelijk genomineerd voor een Oscar: de documentaire Soundtrack to a Coup d’État van Johan Grimonprez, de korte animatiefilm Beautiful Men van Nicolas Keppens en de Nederlands-Vlaamse coproductie Wander to Wonder van Nina Gantz. Drie nominaties voor de meest begeerde filmprijs ter wereld, in één jaar. Grimonprez was de eerste genomineerde Belgische documentaire in meer dan veertig jaar. En hier komt het venijn: alle drie werden ze gesteund door datzelfde VAF dat in jouw stuk geld zou verspillen. Precies het geld dat jij als weggegooid voorstelt, leverde drie Oscarnominaties op. Had je dat opgezocht, dan was er geen artikel geweest.
En het stopt niet bij die namen. Een hele generatie staat te schitteren terwijl jouw artikel de doodsklok luidt. Felix van Groeningen, ooit Oscargenomineerd met The Broken Circle Breakdown, die Steve Carell en Timothée Chalamet regisseerde in Beautiful Boy, met Charlotte Vandermeersch de Juryprijs van Cannes won met De Acht Bergen, en nu Let Love In draait met Luca Marinelli. Zijn film is internationaal één van de meest geanticipeerde films van het najaar. Adil El Arbi en Bilall Fallah die met hun debuut Image een handvol kijkers trokken, maar jaren later met Bad Boys for Life meer dan 426 miljoen dollar wereldwijd ophaalden. Jakob Verbruggen, die meebouwde aan The Fall, The Alienist en House of Cards. Fien Troch met Home, beste regie op het prestigieuze filmfestival van Venetië, Hans Herbots… Bij het schrijven van dit stuk staan zo veel projecten op punt uitgebracht te worden: Michaël Roskam (Le Faux Soir), Eshref Reybrouck (Half Man), Pieter-Jan De Pue (Mariinka)… Om maar te zwijgen over Tim Mielants, die Peaky Blinders regisseerde en daarna twee films met Cillian Murphy maakte: Small Things Like These, dat de Berlinale opende, en Steve, wereldwijd op Netflix. Het is tevens Tim Mielants die bij de door jou geviseerde producent Hans Everaert van Menuetto het bijzonder succesvolle ‘Wil’ draaide en daarmee 236.000 Vlaamse bezoekers naar de cinema trok. Maar dat had jij als ‘onderzoeksjournalist’ toch moeten weten.
We Love Cinema Toute l’information du cinéma en Belgique

